producten

op alfabet

product

groepen

achtergrond

informatie

keuze

tabel

wond

wijzers

leveranciers

producten

protocollen

richtlijnen

 

tips

tricks

 

home

(wonden)

Toelichting bij de volgorde van de producten: rode wonden - geen of weinig wondvocht (droog)

 

Meestal zijn rode wonden niet droog maar hebben een vochtig oppervlak. Voorbeelden van rode wonden met weinig of geen wondvocht zijn oppervlakkige schaafwonden en blaarbodems, skin tears, donorsites van split skin grafts (hoewel die direct na het afnemen fors kunnen bloeden), wonden die al gedeeltelijk bedekt zijn met ingroeiend epitheel, of wonden met een granulerende wondbodem die uitgedroogd zijn door een verkeerde wondbehandeling.

 

Bij wonden met een rode granulerende wondbodem die uitgedroogd zijn, probeert men een vochtig wondmilieu te creŽren. Dat kan door het toepassen van een hydrogel, een hydrocolloid of een schuimverband. In een vochtig wondmilieu verlopen alle herstelprocessen sneller dan onder een wond die uitgedroogd is. Met name de ingroei van epitheel verloopt sneller in een vochtig wondklimaat. Vochtige gazen zijn niet zo geschikt in deze fase, omdat ze hechten aan het wondbed en bij verbandwisselingen ook de kwetsbare nieuwe huid meetrekken. Een vochtig gaas over een vetgaas of siliconen sheet zou eventueel wel kunnen.

 

Een hydrogel bestaat voor het grootste gedeelte uit water en is dus goed in staat om een droge wond te hydrateren. Bij een hydrogel hoort altijd een secundair verband om de gel op zijn plaats te houden. Dat kan een zelfklevende folie zijn of een dun hydrocolloid, maar ook een gewoon gaas verband met fixerend windsel kan worden gebruikt, eventueel met een vetgaas tussen de hydrogel en de gaaslaag om te voorkomen dat alle gel in het gaas wordt geabsorbeerd.  

 

Hydrocolloiden vervloeien mits er voldoende wondvocht is tot een gel, waardoor aan het wondoppervlak een vochtig wondklimaat wordt gecreŽerd. Dit bevordert de wondgenezing.

 

Een schuimverband kan ook worden gebruikt. De meeste schuimverbanden hebben een toplaag van polyurethaan folie, waardoor wondvocht niet weg kan. Vanwege deze occlusieve toplaag zal een wond onder een schuimverband niet uitdrogen. Dikke schuimverbanden kunnen ook worden gebruikt als bescherming tegen druk.

 

Oppervlakkige rode wonden zoals schaafwonden, blaarbodems en donorsites van split skin grafts kunnen in principe ook worden verbonden met occlusieve materialen zoals een hydrocolloid of een folie. Er zijn studies gedaan waaruit blijkt dat deze wonden dan sneller genezen, aan de andere kant kunnen er ook complicaties optreden zoals wondinfectie, hypergranulatie, en maceratie van de omgevende huid. In de praktijk wordt er toch vaak voor gekozen om dit soort wonden droog te verbinden, met een verband dat voor langere tijd kan blijven zitten, of met een verband dat makkelijk te verwijderen is door een speciale onderlaag of tussenlaag die niet verkleeft aan de wond, en dat zuurstof doorlaat. Donorsites van split-skin grafts worden ook vaak verbonden met een alginaat verband. Dit gaat er op de OK op onder steriele omstandigheden en het is de bedoeling dat het blijft zitten op de donorwond tot aan genezing. Alginaten hebben een bloedstelpend effect, hetgeen voordelig is in deze situatie. Alginaten zijn sterk absorberend, dus ze zuigen zich vast aan het wondoppervlak en hechten zich vast in een korst van fibrine en bloed. Als de huid genezen is na circa 2 weken is het verband er makkelijk af te halen. Als eerder verwijderen nodig is, bijvoorbeeld in geval van wondinfectie of voor inspectie, dan moet het eerst langdurig worden ingeweekt.  

 

Een siliconen sheet (laagje van zachte siliconen, geperforeerd, uit zichzelf hechtend aan de wond) in combinatie met een secundair verband is bij droge rode wonden een goede keuze. Het verband kan langere tijd blijven zitten en dan zonder de wond te beschadigen worden verwijderd. Een siliconen verband is goed bruikbaar bij skin tears en in andere gevallen waarbij de huid heel kwetsbaar is en makkelijk wordt losgetrokken van de onderlaag, bijvoorbeeld bij kinderen met blaarziekten.

 

Skin tear: de huid is door een trauma afgescheurd van de onderlaag. Komt vooral voor bij bejaarden met een dunne kwetsbare (atrofische) huid, en bij patiŽnten die veel of langdurig corticosteroÔden gebruiken. Een gering trauma, zoals het vastpakken of overtillen van de patiŽnt, of het lostrekken van een kleefpleister, kan de huid al beschadigen.

 

Behandeling: maak de wond en omgeving schoon en droog, verwijder bloedstolsels, vouw de huid voorzichtig zo goed mogelijk terug, eventueel vastzetten met een zo klein mogelijk steristripje, bedek het hele gebied met een siliconensheet en een secundair verband en laat het een week zitten. Na een week zeer voorzichtig uitpakken. 

 

Ook een vetgaas (een met paraffine of vaseline geÔmpregneerd wijdmazig gaas) zoals Jelonet, of een van de moderne niet-adherente wondcontactlaag producten zoals Adaptic kan worden gebruikt. De gladafgewerkte modernere producten hechten minder aan de wond dan een vetgaas, en hebben bij droge wonden dus de voorkeur.

 

Bij oppervlakkige rode wonden kan ook een transparante zelfklevende folie worden gebruikt. De folie moet dan zo lang mogelijk blijven zitten, omdat door het loshalen de wond of de omgeving kan beschadigen door de kleeflaag. Door het folie heen is zichtbaar of zich vocht, pus of bloed ophoopt onder de folie. Bloed of wondvocht kan eventueel met een naald en spuit worden verwijderd waarbij de folie blijft zitten.

 

Rode wond met weinig wondvocht: een donor site waarvandaan een split-skin transplantaat is afgenomen. Dit is een oppervlakkige wond, die vanuit de randen en vanuit de diepere gedeelten van de haarfollikels en zweetklieren zal dichtgroeien. Diverse verbanden kunnen worden gebruikt, ook een ouderwets vetgaas met absorberend gaasverband, maar ook bijvoorbeeld een folie. In steeds meer ziekenhuizen wordt de donorwond op OK steriel afgedekt met een alginaat, dat zich vastzuigt aan de wond, en pas moet worden verwijderd als de wond volledig genezen is.

Rode wond met weinig wondvocht: een decubitus graad 2 (oppervlakkige ontvelling) op de stuit. Hier heeft een blaar gezeten die is gesneuveld en we kijken op de goed doorbloede dermis. Hoewel een hobbelig patroon zichtbaar is, is dit geen granulatieweefsel. De hobbels zijn roze eilandjes nieuwe huid. De huid groeit terug vanuit de diepere gedeelten van de haarfollikels, die niet beschadigd zijn. Dit is een oppervlakkige wond die snel geneest als er verder geen druk op komt. Een schuimverband met kleefrand rondom is hier een goede keuze. 

  

Voorbeeld van een droge rode wond: multipele ulcera bij een jongeman met een stollingsstoornis (aanwezigheid van lupus anti-coagulans). De wonden zijn rood granulerend maar ook uitgedroogd omdat ze droog verbonden zijn. In dit geval zou een hydrogel of een hydrocolloid kunnen worden gebruikt.

Voorbeeld van een droge rode wond: een ulcus ten gevolge van Leishmaniasis, droog verbonden. Bij deze patiŽnt is de infectie medicamenteus bestreden, de wond is eenvoudig verbonden met een vetgaas en een droog gaas en na enkele weken genezen. 

 

01-09-2013

Advertenties

van Google

AdSense:

  

bezoekers:

free web stats